Jeugdverenigingen en jeugdbewegingen (C1/3/1)

Voor werkingssubsidies voor jeugdverenigingen en jeugdbewegingen (met klantentype C1/3/1) gelden volgende voorwaarden:

Categorie B: het actief ledenaantal

  • 1-50 actieve leden: bedrag 125 euro
  • 51-100 actieve leden: bedrag 250 euro
  • 101-150 actieve leden: bedrag 375 euro
  • Meer dan 150 actieve leden: bedrag 500 euro

Het ledenaantal wordt berekend bij het afsluiten van het subsidiejaar. Bijvoorbeeld: eind 2022 wordt de subsidie uitbetaald voor het werkingsjaar 1 september 2021 tot en met 31 augustus 2022. Het aantal actieve leden op 31 augustus 2022 wordt in rekening gebracht.

Categorie C: de structuur van de vereniging is een vzw

De vereniging beschikt zelf over een ondernemingsnummer of heeft een vestigingsnummer van de overkoepelende vzw.

Bedrag: 125 euro

Categorie D: actief lidmaatschap bij een erkende adviesraad

Actieve deelname aan een adviesraad betekent aanwezig zijn tijdens elke algemene vergadering van de adviesraad. Wanneer een erkende vereniging, via een onderafdeling lid is van meerdere adviesraden, dan kan het lidmaatschap van slechts één adviesraad in rekening gebracht worden.

Bedrag: 125 euro

Categorie E: aantal activiteiten

De jeugdverenigingen organiseren minimum 15 activiteiten (met een sociale en maatschappelijke meerwaarde) per werkjaar (kamp niet meegerekend).

Bedrag: 500 euro

Categorie F: vereiste attesten EHBO + brand + animator in het jeugdwerk

Aan jeugdverenigingen wordt gevraagd een minimum aantal vereiste attesten aan te leveren. Enkel wanneer het minimum wordt voorgelegd, kan de jeugdvereniging het gekoppelde bedrag ontvangen.

Het aantal vereiste attesten wordt berekend aan de hand van het ledenaantal. Per 30 leden wordt 1 attest EHBO, brand en Animator in het jeugdwerk vereist.

De berekening gebeurt als volgt:

  • ledenaantal/30 = vereiste attesten EHBO
  • ledenaantal/30 = vereiste attesten brand
  • ledenaantal/30 = vereiste attesten animator in het jeugdwerk

Enkel wanneer een jeugdvereniging het minimum aantal vereiste attesten kan voorleggen wordt een bedrag gekoppeld, berekend op het minimum aantal vereiste attesten. Indien deze voorwaarde niet wordt behaald, kan een jeugdvereniging geen beroep doen op het gekoppeld bedrag.

De berekening gebeurt als volgt: 

  • aantal minimum vereiste attesten EHBO x 25 euro = gekoppeld bedrag
  • aantal minimum vereiste attesten brand x 25 euro = gekoppeld bedrag
  • aantal minimum vereiste attesten animator in het jeugdwerk x 50 euro = gekoppeld bedrag

Indien de jeugdvereniging bovenop het minimum vereiste aantal attesten extra attesten EHBO, brand of animator in het jeugdwerk kan voorleggen, kan er een extra bedrag ontvangen worden van 25 euro per extra voorgelegd attest. Er kan een maximum van 10 extra attesten opgegeven worden en dus een maximum van 250 euro extra ontvangen worden.

Categorie G: infrastructuursubsidie

De infrastructuursubsidie wil tegemoet komen aan de gemaakte infrastructuurkosten voor gebouwen waarop een zakelijk recht van een jeugdvereniging rust. Enkel private jeugdwerkinitiatieven die niet in een gemeentelijke accommodatie worden gehuisvest, komen in aanmerking voor deze subsidie.

De jeugdvereniging is in het het beheer van eigen infrastructuur en staat zelf in voor de kosten van:

  • elektriciteit, water en verwarming
  • kwaliteitsverbetering op vlak van sanitair, nutsvoorzieningen, brandveiligheid, isolatie, dak
  • onderhoudswerken aan en de verfraaiing van de jeugdlokalen
  • aankoop van duurzame goederen.

Bedrag: 4000 euro per jaar per privaat jeugdwerkinitiatief

De werkingssubsidie voor jeugdverenigingen en jeugdbewegingen (klantentype C1/3/1) kan aangevraagd worden via onderstaand formulier.