De verhoogde vraag naar elektriciteit en de gevolgen voor het elektriciteitsnet

In het verleden waren er niet zoveel elektrische apparaten, dus waren de elektrische kabels niet talrijk of dik. Naarmate de vraag naar elektriciteit toenam, moesten kabels worden toegevoegd en vervangen door dikkere kabels om meer stroom te kunnen dragen.

Vandaag zitten de ‘draden’ van een hoogspanningskabel ook niet meer in één kabel maar elk apart, om het gewicht te beperken en het werken aan deze kabels te vereenvoudigen.

Het materiaal van deze kabels is ook geëvolueerd van één zware kabel met koperen draden, omhuld door lood en staal (als mechanische bescherming), naar drie aluminiumkabels met een soort kunststof als isolatie en buitenmantel. Aluminium is een goede geleider en kan dezelfde belasting aan als koper, maar is handiger en kosteneffectiever. Hierdoor zijn moderne hoogspanningskabels efficiënter en praktischer geworden.

Ook het spanningsniveau is omhoog getrokken, van 3.300 Volt of 6.600 Volt naar 10K, 11K, 12K of 15.000 Volt, om het ‘transporteren’ van de energie efficiënter te maken. Bij een hogere spanning is er minder stroom nodig voor hetzelfde vermogen, dus minder stroom is minder dikke kabels. Hierdoor is er ook minder warmteontwikkeling, waardoor de kabel langer meegaat.¬†